Arthur Schopenhauer en de wil tot leven!

Hai GuidoFox hier! 

Vandaag wil ik het hebben over de filosoof Schopenhauer!

Arthur Schopenhauer was een Duitse filosoof en zoon van een koopman. Hij werd door zijn vader voor de handel bestemd, maar na diens zelfmoord in 1805 volgde Schopenhauer zijn eigen levenspad door in enkele jaren het gymnasium te doorlopen en aan de universiteiten van Göttingen en Berlijn natuurwetenschappen en filosofie te studeren - met als reden: 

‘Het leven is een hachelijke onderneming en ik heb besloten het door te brengen om het erover na te denken’

Schopenhauer leek in eerste instantie in de filosoof Goethe een vervangende vaderfiguur te hebben gevonden. Het kwam echter tussen die twee snel tot een breuk – al is Schopenhauer Goethe zijn leven lang blijven bewonderen.

In 1813 promoveerde hij in Jena en in de daaropvolgende jaren schreef hij zijn hoofdwerk: ‘Die Welt als Wille und Vorstellung’. Daarin formuleerde hij een uitgesproken pessimistische wereldbeschouwing in samenhang dat alle gedragingen van mensen zijn te herleiden tot de ‘wil tot leven’: een dwingend beginsel dat in het bewustzijn van ieder mens is te vinden en sterker is dan onze rede of logica.

Omdat we het alleen in onszelf ‘onbemiddeld’ kunnen ervaren noemt Schopenhauer het de wil. De mens is in dit wereldbeeld dan ook in de eerste plaats een wezen dat afhankelijk is van deze wil en waarbij het verlangen centraal staat en niet het redelijke verstand.

Het is volgens hem de drang om te bestaan (voortplanting) die alles in werking zet en is dat tegelijkertijd ook de bron van het oneindig lijden in deze wereld: alles vecht om te bestaan en in de levende natuur wordt geen verlangen definitief bevredigd, en dat allemaal zonder enige reden en zonder enig doel – met als belangrijke uitzondering dus voortplanting.

De wil (volgens hem onvrij) wordt dus bepaald door evolutionaire beweegredenen – een deterministisch mensbeeld. 

Volgens Schopenhauer kan een mens enkel aan dit beeld ontsnappen in het geval dat de desbetreffende persoon een hogere ‘ethische zienswijze’ ontwikkelt waar het ‘verstand’ geen onderdeel meer vanuit maakt. Het verstand is immers ‘gecausaliseerd’ aan de wetten van de natuur met haar sterk georiënteerde egoïstische motieven en instincten.

Volgens Schopenhauer – die sterk geïnspireerd was door de christelijke ascese en het boeddhisme – kon door het beoefenen van meditatie de eigen hartstochten en begeerten (waar de (onvrije) wil dus voor verantwoordelijk was) worden beteugeld: ‘tijdelijke verlossing biedt de kunst’ en 'het rad van Ixion staat stil', maar ‘na onze esthetische extase worden we meedogenloos teruggeworpen in ons deerniswekkende bestaan’.

Een belangrijk aspect wat Schopenhauer aanstipt is dat de jeugd moet leren omgaan met eenzaamheid, aangezien dit de bron van geluk en gemoedsrust is. Dit is precies ook de situatie waarin men dus aan de eigen onvrije wil kan ontsnappen.

‘Geheel zichzelf zijn mag men slechts, zolang men alleen is' 
'Wie dus niet van de eenzaamheid houdt, houdt ook niet van de vrijheid, want slechts wanneer men alleen is, is men vrij’
‘Wie geen plezier vindt in eenzaamheid zal niet van de vrijheid houden’

Thanks for reading!

Greetz,

GuidoFox – Evolve your Life!

Spiritual Teacher, Life Coach and Political Influencer 

www.GuidoFox.nl