De vijf meest gebruikte coachingstechnieken van een coach!

Hai GuidoFox hier! Gaaf dat je dit artikel leest! 

Vandaag wil ik het graag hebben over de vijf meest gebruikte coachingstechnieken van een coach! Op deze wijze krijg je enig inzicht hoe een coach een coachee benadert in de coachingsgesprekken.  

1. Rationeel – Emotieve – Therapie (RET)

De psycholoog Albert Ellis legde de basis voor deze coachingstechniek. De onderliggende gedachte van deze techniek is dat niet zozeer de situatie of gebeurtenis de mensen een slecht gevoel geeft, maar de gedachtes over deze situatie of gebeurtenis. Het is de kunst van de coach deze gedachten van coachee te analyseren en te beoordelen of ze al dan niet irrationeel zijn. Indien de gedachten irrationeel zijn, is het van belang dat deze gedachten met behulp van de coach worden vervangen door rationele gedachten.

De volgende irrationele gedachten komen vaak voor bij mensen:

  • Liefdesjunk: het is absoluut noodzakelijk voor mij om door iedereen geliefd en gerespecteerd te worden.
  • Perfectionistisch: ik moet in elk opzicht volledig competent en succesvol zijn, wil ik mezelf als waardevol kunnen beschouwen.
  • Normerend: ik vind sommige mensen slecht en gemeen; ze moeten daarvoor gestraft worden.
  • Egocentrisme: alles moet precies gaan zoals ik dat wil. Als dat niet gebeurt, is dat verschrikkelijk.
  • Zelfdestructief: alle ellende en al het leed wordt veroorzaakt door factoren buiten mij om. In principe kan ik niets doen om al die ellende te verzachten of weg te nemen.
  • Paraatheid: ik moet me altijd maximaal bezorgd maken om dingen die eventueel bedreigend en beangstigend voor mij zouden kunnen zijn.
  • Struisvogelpolitiek: het is veel gemakkelijker mijn eigen moeilijkheden uit de weg te gaan dan daarvoor de verantwoordelijkheid op mij te nemen.
  • Babyaapje: ik ben in alles eigenlijk totaal afhankelijk van anderen. Ik heb dan ook altijd iemand nodig die sterker is dan ik - op wie ik kan leunen.
  • Leven in het verleden: mijn huidige gedrag wordt eigenlijk helemaal bepaald door de dingen die vroeger in mijn leven zijn gebeurd. Alles wat vroeger een hele sterke invloed op mij en mijn leven heeft gehad, zal altijd invloed blijven houden.
  • Florence Nightingale: ik moet mij te allen tijde heel erg druk maken om de ellende en moeilijkheden van anderen.
  • Gestrest: er bestaat voor elk menselijk probleem een perfecte oplossing. Het is rampzalig als ik er niet in slaag deze perfecte oplossing te vinden.
  • Onzeker: ik kan niet leven met onzekerheden. Alleen als ik overal helemaal zeker van ben, kan ik gelukkig leven en naar behoren presteren.

De coach neemt bij deze coachingsmethode een houding aan van onvoorwaardelijke acceptatie voor de denk- en gedragspatronen van coachee. Deze houding wordt ook wel een wetenschappelijke houding genoemd, waarbij de gedachten en gevoelens van coachee voor een bepaalde situatie of gebeurtenis worden getoetst aan de regels der logica.

Een recente ontwikkeling is dat binnen deze methode ook mindfulness een rol kan spelen. Mindfulness helpt mensen om bewust te worden van hun gedachten en deze te accepteren en weer los te laten. Het loslaten zorgt ervoor dat ruimte ontstaat voor nieuwe rationele gedachten. Bovendien zorgt mindfulness voor een bepaalde rust in de gedachtestroom, waardoor een innerlijke strijd tussen rationele en irrationele gedachten wordt verminderd.

2. Socratisch Coachen

Socratisch coachen kenmerkt zich door een actieve opstelling van de coach. De coach stelt zich onwetend en onderzoekend op: hij gaat ervan uit dat hij niets weet. Dit zet aan tot guided discovery. Daarbij stelde Socrates kritische en scherpzinnige vragen vanuit een niet-veroordelende houding en schuwde hij het niet om gevoeligheden onbeantwoord te laten. Het doorvragen heeft als effect dat coachee moet nadenken en dan zelf opzoek moet gaan naar de ‘waarheid’. De vragen die de coach stelt moet aan één van de volgende drie onderstaande eisen voldoen:

1) Word met de vraag een probleem verhelderd?

2) Word met de vraag een opvatting getoetst?

3) Word met de vraag coachee gestimuleerd om zijn eigen oplossingen te bedenken?

Typische kenmerken van socratische vragen zijn:

  • Bondig en kernachtig. Ze haken direct in op wat coachee zegt.
  • Duidelijk zijn. Het is coachee meteen duidelijk wat de coach bedoelt.
  • Uitnodigen tot nadenken. Ze vragen coachee na te denken en nieuwe ideeën te exploreren.
  • Doelgericht. Elke vraag is erop gericht om nieuwe inzichten boven tafel te krijgen.
  • Constructief zijn. De vragen zijn gericht op het verkrijgen van inzichten die coachee verder kunnen helpen.
  • Neutraal zijn. De coach stelt vragen op een niet-veroordelende wijze - zonder een af- of voorkeur voor een bepaald antwoord. De coach stelt zich op als gids en niet als leraar of adviseur.

3. Oplossingsgericht Coachen

Deze methode is gericht op de rooskleurige toekomst en gaat er vanuit dat het bespreken van - en het blijven hangen in - het verleden een negatieve invloed heeft op het probleemoplossend vermogen van coachee. Daarbij zijn oorzaken niet altijd even duidelijk en is de relatie - oorzaak/gevolg - ook niet altijd even helder. Het is daarom in veel gevallen deprimerend en ontmoedigend om met de oorzaak bezig te zijn, waardoor je er dieper in kan wegzakken.

Het is de coach bij deze methode die als een soort motivator coachee hun eigen oplossingen laat ontdekken en vormgeven. Een coach zal dan ook veel meer betrokkenheid voelen bij zijn eigen oplossing en veel gemotiveerder zijn om deze uit te voeren: dit heeft een positief effect op de intrinsieke motivatie van coachee. 

De acht belangrijkste uitgangspunten van oplossingsgericht coachen zijn:

1. Als iets werkt en effect heeft, laat het dan zo en doe het vaker. Als iets niet werkt of nauwelijks effect heeft, probeer dan wat anders uit.  

2. Verandering is altijd aanwezig en onvermijdelijk. Laat coachee inzien dat verandering iets moois is in het leven.

3. De toekomstig is beïnvloedbaar

4. Kleine oplossingen kunnen tot grote veranderingen leiden

5. De oplossing heeft soms niets te maken met het probleem

6. Geen enkel probleem doet zich de hele tijd voor

7. Vragen stellen is een belangrijke techniek van een coach

8. Procescomplimenten is de belangrijkste techniek van de coach

4. Motiverende gespreksvoering

Deze methode is uitermate geschikt om gewoontegedrag te beïnvloeden - zoals roken en alcohol drinken. De beslissingsbalans is het fundament van deze methode. Het is de taak van de coach het gedrag van coachee te laten veranderen door middel van het ‘laten doorslaan’ van de beslissingsbalans naar veranderbaar gedrag.

De innerlijke tweestrijd die coachee voert ten aanzien van zijn of haar probleem wordt in de motiverende gespreksvoering ook wel ambivalentie genoemd. Deze ambivalentie is te zien als een soort weegschaal, waarbij de beslissingsbalans – wel of niet veranderen – aan beide zijde is te zien.

Het doel van motiverende gespreksvoering is om de weegschaal te laten uitslaan naar veranderbaar gedrag. Dit kan de coach doen door coachee bewust te maken door de ‘baten’ van veranderbaar gedrag aantrekkelijker te maken dan de 'kosten' van dit gedrag.

Je kunt tegen een roker vertellen dat roken slecht en duur is, maar dat zal niet helpen om veranderbaar gedrag bij coachee te bewerkstelligen. Het is effectiever coachee bewust te laten worden dat het verstandiger is om het bespaarde geld te besteden aan de studies van de kinderen. Op deze wijze stimuleer je veranderbaar gedrag door de voordelen van het stoppen van roken bij coachee te laten inzien.

De coach dient dus bij motiverende gespreksvoering coachee bewust te maken van de voor- en nadelen van veranderbaar gedrag. Dit wordt in de coachingstaal ook wel constructieve zelfconfrontatie genoemd. Om te willen veranderen, dient er een confrontatie met jezelf plaats te vinden om uiteindelijk te kunnen veranderen. 

Dit is niet de directe confrontatie, maar de indirecte confrontatie waarbij je jezelf als coachee kan zien in de spiegel via de coach. Het is een confrontatie met innerlijke tegenstrijdigheden die de coach blootlegt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het fenomeen cognitieve dissonantie.

Dit fenomeen gaat er vanuit dat de confrontatie van de beslissingsbalans spanning bij hem zal opleveren, aangezien coachee iets zal moeten loslaten wat erg belangrijk in zijn leven is. Deze spanning kan coachee tegenwerken, maar je moet uiteindelijk deze spanning wel oproepen om te kunnen veranderen: zonder spanning, geen verandering. 

Het is daarbij belangrijk om die discrepanties zo groot mogelijk te maken om de spanning te laten doen toenemen. De veranderingsbereidheid van coachee neemt dan ook weer toe.

5. Provocatief Coachen

Provocatief Coachen is in mijn ogen de meest interessante coachingstechniek, aangezien deze techniek paradoxaal is aan de andere technieken. Een aantal kenmerkende verschillen met de traditionele technieken:

  • De coach benadert zijn coachee met: warmte / oprechte betrokkenheid / contact, humor en uitdaging
  • De coach is minstens evenveel aan het woord als coachee
  • In de rede vallen, afleiding, veinzen
  • Af en toe een vraag, maar nooit samenvattend; hooguit overdrijvend en gekscherend
  • Coach zet vooroordelen in, stereotypen en subjectieve levenswijsheid
  • De coach gebruikt ook aan aantal gesprekstechnieken die afwijkend zijn van de traditionele leren:

1. Ontkennen

Deze techniek heeft als doel om realiteitszin bij coachee op te wekken. Met het ontkennen van een probleem en het probleem ombuigen naar een kans of een uitdaging test de coach of coachee zomaar wat klaagt of dat er daadwerkelijk een probleem is.  

2. Overdrijven

De coach overdrijft het probleem van coachee, waardoor coachee zelf realiteitszin aanbrengt in zijn of haar verhaal. De coach helpt daarmee coachee om zijn of haar probleem te relativeren en zelf structuur aan te brengen in het gesprek.

3. Dramatiseren

Deze techniek is een variant van overdrijven, waarbij de coach lichaamstaal gebruikt om een overdrijving uit te drukken. Het effect is dat coachee waarschijnlijk om de situatie moet lachen en daardoor wordt zijn eigen gedrag gespiegeld en zijn probleem gerelativeerd.

4. Wipwappen  

Bij deze gesprekstechniek zegt de coach telkens wat anders dan coachee vertelt. Zegt de coachee wit, dan zegt de coach zwart. Het is de bedoeling van de coach om verwarring te zaaien in het verhaal van coachee. Dit heeft drie belangrijke effecten:

a) Coachee gaat zelf structuur aanbrengen in zijn of haar verhaal, waardoor het verhaal steeds duidelijker wordt. Coachee krijgt daardoor steeds meer zelfvertrouwen, aangezien hij bewust wordt van zijn eigen meningen en standpunten en het onder woorden moet brengen.

b) Het verhaal van coachee wordt steeds sterker, omdat zijn verhaal steeds wordt getest. Je test als coach de realiteitszin van het verhaal van coachee.

c) Het zelfvertrouwen van coachee neemt toe, want hij moet zichzelf op een realistische wijze verdedigen en voor zichzelf opkomen. Je laat coachee zich uit zijn of haar eigen ‘slachtofferrol’ ontstijgen en dit maakt deze gesprekstechniek en coachingsmethode zeer effectief.

5. Ondermijnen

Deze techniek is niet op iedere persoon toe te passen, maar enkel op personen die al voldoende zelfvertrouwen hebben opgebouwd. Het ondermijnen van de voornemens van coachee om de adviezen van de coach op te volgen, kan als effect hebben dat coachee daadwerkelijk de wil laat zien om tot actie te komen. Coachee leert daardoor voor zichzelf opkomen en ontwikkelt een eigen kracht.

Voorbeeld:

Coach: ‘Strakker aansturen? Aansturen, jij? Haha, houd jij je nu maar bezig met geld daar ben je beter in dan leidinggeven, dat is me al lang duidelijk!’

Coachee: ‘Ik kan wel leidinggeven!’

6. Anekdote

In tegenstelling tot de traditionele coachingstechnieken, kan de coach hier wat vertellen over zijn eigen leven en is niet meer enkel coachee onderwerp van gesprek. Het vertellen van een verhaal door de coach zorgt ervoor dat coachee luistert en wellicht een onderliggende boodschap / les opvangt.

7. Absurde verklaringen en oplossingen

Deze gesprekstechniek zorgt ervoor dat coachee zelf met realistische verklaringen en oplossingen komt. Dit zijn waarschijnlijk verklaringen en oplossingen waar hij of zij zelf al aan heeft gedacht. De humor die deze techniek veroorzaakt, stimuleert ook de wederzijdse band tussen de coach en coachee. Oplossingen komen dan ook sneller dichterbij!

8. De schuld verschuiven

Deze gesprekstechniek kan alleen werken bij personen die genoeg zelfvertrouwen hebben opgebouwd. Veel mensen leggen de schuld van hun situatie bij anderen of omstandigheden. Als je heel direct de schuld bij coachee legt, kan dit enerzijds confronterend zijn en anderzijds kan coachee zich bewust worden van zijn eigen aandeel in de problematiek. Deze methode kan ook vice versa van toepassing zijn in de situatie dat coachee de schuld te veel bij zichzelf legt.

9. Zwart-wit uitspraken

Deze uitspraken van de coach zijn generalistisch en overtreffend van karakter. Ook hier geldt weer: pas op tegen wie je het hebt!

Bijvoorbeeld:

Coach: ‘Je hebt winnaar en losers en helaas hoor jij bij de losers’

Coachee: ‘Nee, ik ben geen loser!’

Je geeft ook bij deze gesprekstechniek coachee weer een eigen stem, waardoor hij of zij zich wurmt uit de slachtofferrol.

De basishouding van warmte en betrokkenheid en kleine fysieke aanrakingen zorgt ervoor dat het provoceren niet als kwetsend wordt gezien. Humor heeft hetzelfde effect, waardoor deze provocerende gesprekstechnieken op een luchtige wijze landen. Het is daarnaast vanwege hetzelfde argument belangrijk om een positieve stemming te creëren. Dit kan voor wederzijdse emotionele besmetting zorgen, waardoor coachee bereid is eerder de suggesties van de coach op te volgen en uiteindelijk daardoor zijn leven beter op orde kan brengen.

Thanks for reading!

GuidoFox - Evolve your Life!

Spiritual Teacher and Life Coach     

www.GuidoFox.nl