Drugscriminaliteit: een spirituele aanpak is gewenst – de vraagzijde nader belicht!

Hai GuidoFox hier! Gaaf dat je dit artikel leest!

Vandaag wil ik het hebben over de aanpak van drugscriminaliteit in Nederland en specifiek gericht op Amsterdam.

De feiten

Naar aanleiding van het verschenen rapport de achterkant van Amsterdam van Jan Tromp en Pieter Tops staat het thema drugsbestrijding hoog op de politieke agenda. De heren spreken in dit rapport zelfs niet meer over een verstrengeling tussen de boven- en onderlaag van de bevolking maar van een versmelting.

In Nederland is de totale omzet van alleen al de productie van synthetische drugs 20 miljard euro per jaar – net iets meer dan de omzet van Philips Nederland NV: 18 miljard euro. In bepaalde wijken van Amsterdam zijn drugscriminelen de baas en is sprake van een zwijgcultuur met parallelle samenlevingsvormen en economieën als gevolg. De gevaren van maatschappelijke, sociale en economische ontwrichting en segregatie liggen zo op de loer. In deze wijken heerst er een angst onder de bewoners om vanwege de dreiging van represailles naar de justitiële autoriteiten te stappen.

De hoofdstad Amsterdam participeert als ‘drugshandelsdraaischijf’ van de wereld, omdat zij een doorvoerhaven – samen met Antwerpen – is voor grootschalige drugsinvoer uit Zuid-Amerika. De drugsstroom gaat niet alleen verder Europa in maar ook Australië is een plek van aankomst: het produceren/verwerken van drugs wordt daar immers veel harder bestraft.

De aanpak van drugscriminaliteit

De capaciteitsproblemen bij het Openbaar Ministerie zijn enorm, waardoor volgens de heer Tromp nauwelijks de wet nog kan worden gehandhaafd. De vele verdachte financiële transacties in verband met witwaspraktijken betreffende de aankoop van vastgoed en de verstrekking van duistere leningsvormen aan bedrijven (horeca) blijven zo onbehandeld (tussen 2016 en 2018 8.5 miljard verdachte transacties).

Een ander opmerkelijk strafrechtelijk fenomeen doet zich ook voor: de justitiële autoriteiten treden niet of nauwelijks op, omdat drugs ‘geen directe overlast geeft’ (hidden impact crime). Een gewelddelict, een inbraak, een liquidatie of een roofoverval (high impact crime) krijgt de voorkeur voor behandeling.

De aanpak van drugscriminaliteit is volgens de heer Tromp jarenlang gevoerd in zogenoemde ‘blokken’: onderwijs, opvoeding, wijkbeleid, strafrechtelijk en internationaal. Een langdurige en doortastende ‘eenheidsaanpak’ van de drugsproblematiek is zo altijd achterwege gebleven.

Volgens de heer Tromp is het een minder goed idee om drugs te verbieden en gaat zijn voorkeur uit naar de aanpak van de productie en de handel van drugs en zo naar de macht van de illegale economie: de drugs of het gebruik ervan is volgens hem niet de grootste bedreiging. Hij bepleit dat de nationale overheid zich maar moet gaan voorbereiden op gecontroleerde vormen van legalisering van drugs.

Spirituele oplossing

Laten we bij het begin beginnen: waarom gebruiken mensen eigenlijk drugs? – een vraag die nauwelijks in het debat wordt gesteld.

Mensen gebruiken drugs vanwege een onderliggende spirituele behoefte – de behoefte om ‘uit het verstand te geraken en zo bij het spirituele Zijn te kunnen komen en zo een diepe ontspanning in zichzelf te kunnen waarnemen’.

Het gevoel van drugs is echter maar een hele kleine en kortstondige afspiegeling van het spirituele Zijn. Volgens de spiritueel leraar Osho kan daar geen LSD-trip tegenop en daar ligt ook gelijk de oplossing: diepe meditatie en contemplatie om dit gevoel eveneens te kunnen bereiken. De wens naar drugs wordt zo getransformeerd naar een meer natuurlijke vorm. Het is aan te raden om politiek beleid hiervoor te maken – ook al wordt het een langdurig project.

Het grootste voordeel hiervan – en daar gaat mijns inziens de heer Tromp aan voorbij – is dat zo de vraag naar drugs drastisch afneemt en zo de productie en ook de handel wordt drooggelegd: iedere (geen)-vraag schept zijn (geen)-aanbod. Het bestrijden van de productie en de handel van drugs heeft weinig zin als de vraagzijde onbelast blijft – zeker met het oog op de huidige drugsmoraal: ‘het is net als een wijntje’. En daar ligt het volgende aandachtspunt.

De huidige drugsmoraal onder de loep

De heer Tromp gaat uit van de volgende redenering: ‘handhaving van een norm die door een groot deel van de samenleving niet wordt gedeeld, is vragen om moeilijkheden’. Ik deel deze redenering niet, omdat het de kans ontneemt om deze norm juist via overheidswege te kunnen beïnvloeden. De negatieve campagne tegen roken (en de zware belastingen hierop) hebben zijn vruchten afgeworpen: steeds minder mensen roken nog maar. Het zou een goed idee om dit beleid te projecteren op drugsgebruik – het zo framen dat een lijntje coke of een xtc-pilletje gewoon niet meer ‘hip’ is. Het zal een negatief effect hebben op de vraagzijde van drugs.

Legalisering: de wet van Say tegenover ‘criminaliserende winstgevendheid’

De verkoop van softdrugs is legaal maar de productie en handel is verboden (de achterkant): wie snapt deze inconsequentie nog? Ook het onderscheid tussen soft- en harddrugs is niet meer houdbaar: waar ligt de grens nog? Er zijn mijns inziens twee smaken om tot een duidelijk en overzichtelijk politiek beleid te kunnen komen:

1) of een totale legalisering van soft- en harddrugs (decriminalisering) en de productie en handel overlaten aan de overheid (of onder scherp overheidstoezicht) en zo de drugs uit de criminaliteit te halen – het primaire idee van de heer Tromp.

Het probleem van legalisering is echter volgens de heer Tromp dat de ‘illegale export zal blijven bestaan en de internetdistributie zal ook nog eens groeien’. De heer Tromp wil tegenover de voorwaarde van legalisering stevig inzetten op het temmen van de illegale productie en handel in drugs – ‘en ja, dáár is repressie voor nodig, een stevig justitieel apparaat, inclusief verhoging van pakkans en strafmaat’.

Volgens mij is dit beleid dweilen met de kraan open: de vraagzijde wordt zo gestimuleerd (de overheid legaliseert: het spirituele signaal – het is moreel aanvaardbaar bevolking en de zo steeds meer uitdijende aanbodzijde (productie en handel) wordt zo maar voor een klein gedeelte aangepakt.

Het argument dat legalisering drugs uit het criminele milieu houdt, snijdt mijns inziens geen hout omdat elke criminele activiteit (liquidaties in opdracht) wel uit het criminele milieu kan worden gehouden en zo een ‘prijsdalende demotiverende aantrekkingseffect’ kan hebben (criminaliserende winstgevendheid). Dit maakt nog niet dat het gebruik van drugs niet moreel onaanvaardbaar zou zijn: waar ligt de grens dan nog om iets uit het criminele milieu te houden?

2) of een totale criminalisering van de soft- en harddrugsketen – de aankoop, het bezit, de verkoop (sluiten coffeeshops) en de productie en de verhandeling. Dit zou mijn voorstel zijn: het is van tweeën één en er is zo duidelijkheid voor iedereen.

De strijd tegen drugs zal op twee flanken moeten worden gevoerd: zowel op de flank van de aanbodzijde (ieder aanbod schept immers zijn vraag – ook onder de nieuwe jonge generatie bij schoolpleinen) als op de vraagzijde (geen vraag leidt tot geen aanbod). Zo lopen we ook in pas met de regelgeving in het buitenland (equal level playing field). Als extra bonus voor de stad Amsterdam: we zijn zo ook af van het drugstoerisme, dat voor veel overlast zorgt en Amsterdam zo niet naar de hoogwaardige toeristenbestemming brengt waar zij zo op hoopt.

Het is dus heel belangrijk om ook naar de vraagzijde van drugs te kijken om zo een verdergaande sociale en maatschappelijke ontwrichting en segregatie te kunnen voorkomen. Op naar een vredelievende drugsvrije wereld!

Greetz,

GuidoFox – Evolve your Life!

Spiritual Teacher, Life Coach and Political Influencer

www.GuidoFox.nl