De Westerse filosofische drie-eenheid (Socrates, Plato en Aristoteles), de rede en de onderdrukking van ons Freudiaans kind!

Hai GuidoFox hier! Gaaf dat je dit artikel leest!

Socrates, Plato en Aristoteles zijn zonder twijfel de meest invloedrijkste Westerse filosofen die er zijn geweest. 

Plato was de leerling van Socrates en Aristoteles was de leerling van Plato. Ze hebben elkaar wederzijds beïnvloed, ondersteund en ook tegengesproken.

Al deze filosofen hebben als gemeenschappelijke deler dat ze de rede centraal stelden voor het op de juiste wijze kunnen handelen in de dagelijkse praktijk.

Socrates (470 - 399 v. Chr.)

Socrates stond bekend als een persoon die ervan uitging dat je tegenover alles tabula rasa moest staan – je wist van te voren niets van een onderwerp of een persoon - je weet dat je niets weet.

Socrates liet in zijn dialogen personen uitvoerig vertellen over hun onderwerp. Hij deed dit door onder andere de ‘wat is vraag’ te stellen.

Hij stelde bijvoorbeeld de vraag ‘wat is moed’ of ‘wat is vroomheid’. Hij hemelde de gesprekspartner op - 'dat hij zoveel wist over een onderwerp' - om hem vervolgens te confronteren met zijn inconsequenties. Dit wordt ook wel socratische ironie genoemd. De techniek om de inconsequenties van het verhaal van de gesprekspartner bloot te leggen was veelal gebaseerd op de ‘waarom-vraag’ en het telkens doorvragen. Hij werd door het veelvuldig toepassen van deze techniek ook wel de ‘horzel’ genoemd – de steekvlieg.

Wanneer de gesprekspartner van Socrates - die dacht dat hij alles wist - zich realiseerde dat hij niet in staat was om gedegen antwoord te kunnen geven, werd dit de staat van aporie genoemd. Aporie is volgens Socrates de eerste stap naar ware kennis, aangezien je dan werkelijk bevrijdt bent van je vooringenomen ongefundeerde ideeën.

Socrates stelde dus het logisch redeneren voorop om gefundeerde kennis te verkrijgen. De ‘wat is vragen’, de ‘waarom-vragen’ en de doorvragen zijn derhalve daar uitstekende instrumenten voor.

Even een tussenstap. Een van de bekendste coachingtechnieken is socratisch coachen. In mijn artikel - De vijf meest gebruikte coachingtechnieken van een coach! – ga ik verder in op deze coachingtechniek!

Plato (427 - 347 v. Chr.)

Volgens Plato is de menselijke ziel verdeeld in drie delen en is de kracht van deze diverse dimensies van de ziel bij mensen verschillend:

  • Epithumetikon (de lagere begeertes: bijv. je laten gaan)
  • Thumoeides (het nobele streven: bijv. moed)
  • Logistikon (de rede: bijv. wijsheid)

Plato vond dat de rede het meest aanwezig moest zijn bij de leiders van het land. Wanneer we onze rede zouden volgen, komen we erachter dat het grootste deel van wat we denken te weten eigenlijk niet klopt. De rede werd eveneens gezien als een instrument om de lagere begeertes en het nobele streven in de mens te kunnen beteugelen. We kunnen alleen door waarnemingen niet genoeg kennis vergaren om daadwerkelijk de werkelijkheid te kunnen benaderen en te kunnen begrijpen: 'het zijn subjectieve schaduwen op de muren van een grot die niet de objectieve werkelijkheid weerspiegelen'. De rede was dus noodzakelijk om de metafysische aspecten te kunnen doorgronden en te kunnen begrijpen. Waarneming en gevoel werden op de achtergrond gehouden en de ratio was daarom de belangrijkste epistemologische verklaring voor alle bestaande fysica.

Het 'idee' stond bij Plato voorop. Ideeën zijn perfect en benaderen de objectieve Schone, Goede en Ware werkelijkheid. Zonder idee - geen fysica. Zonder idee kon je volgens Plato niet de werkelijkheid begrijpen. De ideeënleer van Plato moest dan ook de ratio omvatte: de causaliteit tussen idee en ratio. Op deze wijze werd het mogelijk de objectieve werkelijkheid te kunnen begrijpen.

Aristoteles (384 -322 v. Chr.)

Aristoteles bekendste idee over de logica is het syllogisme. Dit is een redenering waarbij uit verschillende premissen een conclusie volgt.

Voorbeeld:

Premisse 1: Alle mensen zijn sterfelijk

Premisse 2: Socrates is een mens

Conclusie: Socrates is sterfelijk

Deze logische redenering is een voorbeeld van ‘deductie’. Aristoteles introduceerde een verschil tussen logische geldige redeneringen en logische onware redeneringen: iets kan wel logisch zijn maar niet waar.

Voorbeeld:

- Alle handen zijn rood

- Een mens heeft handen

Conclusie: Een mens heeft enkel rode handen

Aristoteles was de eerste die logica combineerde met onwaarheid. Daarmee introduceerde hij op een genuanceerde wijze de waarneembare wereld in de wereld van de logica. Hij bracht op deze wijze het stoffelijke en de vorm (idee) samen.

Deze filosofen stelden logica boven alles - om zo alles als mens te kunnen begrijpen en te bevatten. We nemen nu een grote stap in de tijd. Freud!

Freud (6 mei 1865)

Freud maakte een onderscheid tussen het ‘Ich’ (de volwassene), het ‘Uber-ich’ (de ouder) en het ‘Es’ (het verlangde kind) in de menselijke psyche.

Deze drie ‘ego-posities’ verschijnen volgens hem bij de mens in zijn gedragingen. Dus de ene keer het kind, de andere keer de volwassene en de andere keer de ouder.

Je kunt dit vergelijken met Plato’s driedeling van de ziel:

•             Epithumetikon (de lagere begeertes > kind)

•             Thumoeides (het nobele streven > ouder)

•             Logistikon (de rede > volwassene)

Het innerlijke kind is bij Freud speels, naïef, spontaan, droomt en heeft verlangens. De geïnternaliseerde ouder in jezelf is er om dit kind af te remmen of bij te sturen. Hij geeft aan wat wel en wat niet kan. De ouder vertelt wat er gedaan moet worden en hoe je je moet gedragen. De ouder is continu aan het opvoeden en – niet onbelangrijk – aan het oordelen over het gedrag van het speelse kind. De ouder gebruikt vooroordelen en grijpt snel in als er iets dreigt mis te gaan met dit kind. De ouder houdt vast aan oude normen en waarden en handelt vaak uit angst. Wat je vaak ziet is dat mensen een rationele kritische ouder en een aangepast kind in zich hebben. 

De volwassene zoekt echter een balans tussen originaliteit (het ‘kind’) en aanpassing (de ‘ouder’), tussen behoeften en verlangens (het ‘kind’) en algemene omgangsnormen en plichten (de ‘ouder’) en tussen dromen, verborgen talenten en idealisme (het ‘kind’) en realisme, censuur, verboden, geboden, tot aan tirannieke bestraffing aan toe (de ‘ouder’). De volwassene in jezelf probeert de vooroordelen en/of de perfectionistische signalen van de ouder naar het kind te nuanceren en probeert zo het kind te beschermen. Het is belangrijk om het kind te beschermen, aangezien het kind de bron is van liefde, creativiteit, kracht, gevoelens, emoties, levensbestemming, wijsheid en vitaliteit.

Eric Berne - de Amerikaanse psychoanalyticus - schrijft:

‘Het is van belang zich te realiseren dat het ‘kind’ er niet is om de mond gesnoerd te worden of op zijn kop te krijgen, want het is in feite het beste deel van de persoonlijkheid, het deel dat, mits goed benaderd en aangesproken, creatief, spontaan, pienter vol liefde is of kan zijn, net zoals echter kinderen’

Het kind in ons is zeer belangrijk. Het zorgt ervoor dat we de alledaagse sleur, verveling en saaiheid buiten de deur houden. Wanneer we het kind verwaarlozen, worden we eerder ziek en gaan we langzamerhand een beetje bij beetje dood. Het kind is onze vitaliteit!

De vitale onderdelen van een kind zijn:

1. Het speelse kind (verlangens, dromen en idealen)

2. De levensbestemming (leren en creëren)

3. Wijsheid, liefde en kracht (creatiebronnen)

Het kind in ons is een onuitputtelijke bron voor onze scheppingskracht, fascinaties, nieuwe ontdekkingen, vergezichten, zinvolle alternatieven, schoonheidscreaties, bijdragen aan de kwaliteit van het leven en van de samenleving. Het kind is de bron voor visie, verlangens, dromen en idealen.

De sociale en maatschappelijke conditioneringen en ons strenge ouder in onszelf heeft als consequentie dat het ons onvoldoende toegestaan is om dit kind te kunnen zijn. Dit kan ervoor zorgen dat tijdens de midlifefase er een gevoel begint te knagen dat het leven minder inspirerend en levendig aan begint te voelen: het kind in ons is jarenlang verwaarloosd. We hebben altijd maar de patronen van de samenleving gevolgd en de rationele gedachten van de ouder. Het is de ouder altijd gelukt om het kind onder de duim te houden, maar in de midlife is het kind na de jarenlange onderdrukking weer los. Het spelende kind in ons mist plezier in het werk en smacht naar vrijheid en ruimte voor nieuwe kansen en uitdagingen.

In ons kind zitten diep verborgen gefrustreerde en ingehouden liefdeskrachten, die er nooit uit zijn gekomen. De ouder heeft deze krachten onderdrukt door het schaarstedenken wat de ouder in onszelf heeft verkondigd: schaarste aan liefde, aan wijsheid en aan kracht. Het kind daarentegen denkt vanuit overvloed aan liefde, aan wijsheid en aan kracht.

Deze botsende wijze van denken speelt een grote rol in het verloop van een mensenleven. We zien helaas te vaak dat het schaarstedenken het wint van het overvloedsdenken.

De rationele denkwijzen van Socrates, Plato en Aristoteles is te begrijpen vanuit het tijdsperspectief waarin deze filosofen leefden. Menselijke driften werden in deze periode terecht of onterecht als iets slechts gezien. Maar doen we onszelf als mens niet te kort om enkel vanuit de ratio de wereld te benaderen? Ik begrijp de transverse relatie tussen het filosofische mens- en staatsprincipe van de genoemde Westerse filosofen, maar moeten we die echt één op één overnemen? Kunnen we niet beter een scheiding aanbrengen tussen hart voor de mens en ratio voor de samenleving? Is het niet verstandiger om ratio meer een rol te laten spelen op meta-niveau in plaats van op microniveau? Ik denk dat we ons kind in ons weer moeten laten ontkurken, zodat er liefde, levendigheid, schoonheid, wijsheid en kracht de wereld in kan worden gestuurd! 

Greetz,

GuidoFox - Evolve your Life!

Spiritual Teacher, Life Coach and Political Influencer 

www.GuidoFox.nl