Augustinus van Hippo & Thomas van Aquino: de christelijke lichtbakens van voor en na de donkere middeleeuwen!

Hai GuidoFox hier! Gaaf dat je dit artikel leest! 

Vandaag wil ik het hebben over de christelijke filosofen Augustinus van Hippo & Thomas van Aquino!

Even voor de tijdlijn.

De donkere middeleeuwen – ook wel de vroege middeleeuwen genoemd – liepen van de 5e eeuw tot de 10e eeuw n. Chr.

In tegenstelling tot de genuanceerde houding van de eerdere filosofen ten aanzien van God en de goden, hielden deze twee christelijke filosofen vast aan het bestaansrecht van God.

Ze deelden het standpunt dat de meeste verlangens van de mens niet in de werkelijke menselijke natuur thuishoorden en God behulpzaam moest zijn om deze onnatuurlijke verlangens tegen te gaan.

Het verhaal uit Genesis 3 - de Zondeval / de Erfzonde - over de schending van Adam en Eva van Gods verbod om te eten van de boom van kennis van goed en kwaad spreekt daarbij boekdelen.

We zouden allemaal als mens zonder het te beseffen de zonden van Adam hebben geërfd, waardoor God noodzakelijk was om de mens te 'ontzondigen'.  

Augustinus

Augustinus van Hippo leefde van 354 v. Chr. tot 430 n. Chr. en was filosoof, bisschop van Hippo, theoloog en kerkvader: een christelijke filosoof. Hij was beïnvloed door de filosofische stroming De Stoa en meer specifiek in persoon: Cicero.

Het christendom kreeg na deze tijd ontzettend veel aanhang, aangezien het christendom alle soorten hedendaagse (heidense) geloven, rituelen en mythen op een eenvoudige wijze incorporeerde in het christelijk geloof: het christendom werd vanaf die periode veel meer toegankelijk.

Augustinus begon als niet-gelovige en bekeerde zich later tot het christendom. Hij veronderstelde de filosofie als fundament voor het christelijk geloof: zonder de kennis van de filosofie was je niet in staat om het christelijk geloof te kunnen begrijpen.

‘Geloof opdat ik Begrijp’

Theodicee

Een theodicee is een bekend filosofisch/christelijk vraagstuk waarbij filosofen en christenen zich afvragen waarom God bestaat. God is immers volmaakt goed en almachtig. 

Waarom is er dan toch zoveel leed op de wereld? 

Een theodicee poogt daardoor een logische verklaring te geven voor deze paradoxale combinatie.

Waarom moest Job - de vrome man uit de Bijbel – en Abraham zoveel lijden? Waren het beproevingen van God zelf? Zouden ze in God blijven geloven - zelfs na al hun lijden?

Of is er leed in de wereld, zodat we juist in God moeten gaan geloven?

Of is lijden een straf van God - zoals bij de Erfzonde? 

Mannen moeten zwoegen voor hun dagelijkse brood en vrouwen lijden pijn bij de zwangerschap.

Was geloof er om een oplossing te zijn voor het kwaad en/of om warmte en verbondenheid voor elkaar te bieden?

Of was het christelijk geloof er enkel om antwoorden te geven op het ‘onverklaarbare’? Voor alles wat niet door kennis kon worden begrepen: de mening van Augustinus.

Augustinus vond dat het christelijk geloof een uitweg kon bieden aan mensen die met leed in aanraking waren gekomen, maar stelde God daarvoor niet verantwoordelijk. 

Manicheïsme

Augustinus was aanhanger van het Manicheïsme: een spirituele stroming binnen het christelijk geloof. Enkel door spirituele kennis (Gnosis) wordt de weg naar de verlossing / verlichting / goddelijk licht / illuminatie pas mogelijk.

In de 3e eeuw tot en met de 6e eeuw n. Chr. kwam ook het Neoplatonisme op- dat teruggrijpt op de denkbeelden van Plato: kennis zou enkel kunnen leiden tot het ENE / God/ het ‘onveranderlijke’ / de verlossing / de verlichting.

De Bijbel moest volgens hem daarom enkel metaforisch worden geïnterpreteerd (allegorische exegese). Hij kwam op deze wijze tot de conclusie dat God op een gelijkwaardige wijze in alle mensen zit:

‘God heeft de mens geschapen naar zijn gelijkenis’

Daarmee werd het toetreden tot het christendom heel aantrekkelijk: God zit in jezelf en niet enkel in de hemel - een immanente visie. Dat wil toch iedereen!

In deze periode was het christelijk geloof ook om een andere reden zeer aantrekkelijk. Het gaf immers antwoorden, terwijl filosofen altijd vragen stelden. 

De mensen hadden in deze periode behoefte aan concrete antwoorden en het christelijk geloof bood daarvoor een uitweg. 

Vrije wil

Is er nog wel ruimte voor de vrije wil als het geloof de antwoorden al heeft?

Als God alwetend en almachtig is - is er dan nog wel een vrije wil nodig?

Kan een vrije wil samengaan met een deterministische visie? - de filosofische theorie van het compatibilisme.

Heeft God expres de mens een vrije wil gegeven om haar fouten te kunnen laten maken? Is er een God om enkel de mens te kunnen begeleiden?

De visie van Augustinus was dat de mens de vrije wil heeft gekregen van God en dat de mens daar vrijelijk gebruik van kan maken. God is er enkel om emotionele niet-rationele excessen die de vrije wil kan veroorzaken, te voorkomen.

We maken nu een tijdsprong van - voor naar na - de donkere middeleeuwen.

Thomas van Aquino

Thomas van Aquino leefde van 1225 tot 1274 na Chr. en was een Italiaanse filosoof en theoloog, die tot de scholastici wordt gerekend. Hij is de meest invloedrijke systematische denker op theologisch en wijsgerig gebied uit de middeleeuwen.

Filosofie werd volgens hem gezien als noodzakelijk om verheldering te brengen in de verhalen uit de Bijbel. Thomas van Aquino was een echte Aristoteles-fan. Ook hier zie je weer een greep terug naar het verleden.

Het syllogistisch-redeneren van Aristoteles incorporeerde hij in de verhalen van de Bijbel. Een combinatie tussen geloof en logica werd gelegd: axioma’s van het geloof werden daardoor ontkracht. Wat blijft er dan nog werkelijk van het geloof over? Een verklaring voor het 'onverklaarbare'? 

God schiep de mens en God was volgens hem de rede, het intellect en het hogere doel: het goede is de rede en het goede is God.

Je bemerkt dat na de donkere middeleeuwen een sterk accent komt te liggen op het 'rationele'' en het 'intellectuele' en dat zelfs de christelijke filosofen hierop teruggrijpen.

Het christelijk geloof werd een mengelmoes van mythe en ratio. Dit betekende dat de verhalen uit de Bijbel door de allegorische exegese vanuit een ander perspectief werden verklaard.

Geloof werd niet meer als heilig beschouwd, maar meer een middel om een beter mens te worden: de zelfontwikkeling van de mens stond centraal – het hoogste doel van God volgens Thomas van Aquino.

Ik wil afsluiten met dat Thomas van Aquino – als steng christen – een zeer spirituele boeddhistische invalshoek had, zoals blijkt uit het volgende citaat van hem:

‘De rede zelf verlangt dat het gebruik van de rede af en toe onderbroken wordt’

Greetz,

GuidoFox - Evolve your Life!

Spiritual Teacher, Life Coach and Political Influencer 

www.GuidoFox.nl