Filosofisch Grootmeester Aristoteles als inspiratiebron voor het Islamitische gouden tijdperk van 750 tot 1257 na Christus!

Hai GuidoFox hier! Gaaf dat je dit artikel leest!

Vandaag wil ik het graag hebben over de Islamitische filosofen die actief waren in het historische Islamitische Gouden tijdperk van 750 tot 1257 na Christus, ook wel genoemd: het tijdperk der Abbasiden.

Deze periode kenmerkte zich door de grote invloed die filosofen en wetenschappers uit de Islamitische wereld hadden op de kunst, de wetenschap, de beschaving, de geneeskunde en de architectuur.

Filosofen en wetenschappers stonden in die periode in een hoog aanzien. De werken van de Griekse filosofen werden veelvuldig vertaald, geciteerd en onderling besproken. Het structurele hoge welvaartsniveau was een zeer relevant gegeven voor deze ontwikkeling.

Het belangrijkste kenmerk van de Islamitische filosofie in deze tijdsperiode was dat de filosofen de teksten uit de Koran toetsten aan de ideeën van Aristoteles. Ter vergelijking, Thomas van Aquino deed dit al eerder bij de verhalen uit de Bijbel. De Koran werd derhalve aan de rede getoetst.

Een ander belangrijk kenmerk van de Islamitische filosofie in deze tijdsperiode, was dat de filosofen allemaal de theorie van het compatibilisme aanhingen: het is niet het één of het ander, het kan allebei samengaan: de vrije wil en het determinisme, het geloof en de wetenschap, de denker (theoloog) en de vragensteller (filosoof).

Ik bespreek hieronder enkele islamitische filosofen die actief waren in dit tijdperk:

Al-Kindi

Al-Kindi leefde van 801 tot 871 na Christus en werd gezien als de inspiratiebron van de falsafa – de Islamitische filosofie. Hij werd geboren in Kufa ten zuiden van Bagdad – de hoofdstad van Irak.

Hij ondernam de eerste pogingen om de ideeën van Aristoteles een plaats te geven binnen de Islam en was ervan overtuigd dat de Griekse filosofie en de Islam goed zouden kunnen samengaan: compatibilisme.

Mocht de filosofie in strijd komen met de regels uit de Koran dan gingen wel de regels van de Koran voor.

Volgens hem kon je God vinden via de rede (rationaliteit) en via de openbaring (het geloof): compatibilisme.

Al-Farabi

Al-Farabi leefde van 872 tot 951 na Christus en werd eveneens geboren in Bagdad. Hij werd gezien als de ‘De Tweede meester’. De eerste meester in die tijd was niet Al-Kindi maar Aristoteles!

Anders dan Al-Kindi stelde hij de filosofie boven de religie. Hij vond dat de massa zich vooral moest bezighouden met religie en dat filosofie was bedoeld voor de volmaakte mens – de bovenklasse.

Deze scheiding tussen massa en bovenklasse is weer een typische invloed van het platonisch concept: de scheiding tussen volk en verhevene.

Religie is volgens hem een verkapte vorm van de filosofie die begrijpelijk is voor normale mensen. Het geeft de antwoorden aan de massa, terwijl de filosofie de hoogste vragen stelt.

Iets uitzonderlijks voor die tijd: Al-Farabi droomde in die tijd van een multi-etnisch multicultureel multireligieus rijk.

Dit laat niet alleen de vooruitstrevende gedachtes van die tijd zien, maar het laat ook zien hoe sterk het geloof van de mensen in de Islam was: zo sterk dat het vol vertrouwen en durf openstond voor andere geloven, mensen, ideeën en gedachtes.

Avicenna

Avicenna leefde van 980 tot 1037 na Christus en komt met een Godbewijs. Hij verklaarde de aanwezigheid van God door de rede te gebruiken.

Dingen in de wereld kunnen volgens hem contigent zijn. Dit betekent dat ze wel of niet kunnen bestaan. Daaruit leidde Avicenna af dat er iets moest zijn geweest, waardoor alles in deze wereld in gang is gezet.

En dat is volgens hem God. Uit niets kan immers niet iets voortkomen. Alles is dus bestaan uit een noodzakelijk iets, en dat is God.

Al-Ghazali

Al-Ghazali leefde van 1056 tot 1111 na Christus in het oude Perzië, wat tegenwoordig Iran is. Hij was een anti-filosoof. Hij was een praktische filosoof en voorstander van de praktische wijsbegeerte. Hij werd gezien als de meest invloedrijkste moslim-intellectueel in die tijd.

Het aanhoudende geloof in het compatibilisme binnen de filosofische Arabische cultuur zorgde er ook bij Al-Ghazali voor dat je op velerlei wijze tot God zou kunnen komen: via de rede en via de revelatie (openbaring). Hij koos uiteindelijk voor de revelatie, omdat de rationele weg onbegaanbaar werd. Het volgende citaat maakt dit duidelijk:

‘Ik wist veel van God, maar ik kende hem niet’

Je kunt volgens hem dus enkel door ervaring tot God komen.

Al-Ghazali gebruikte het filosofisch sceptisme als onderliggend fundament voor zijn beweringen. Hij zag de twijfel als het middel om de waarheid zo dichtbij mogelijk te kunnen benaderen. Betrouwbare kennis was voor de volgelingen van het sceptisme onmogelijk, aangezien er geen enkele waarheid kan zijn: de rede kan dus niet leiden tot zekere kennis.

De kennis van de theologen en de filosofen konden hem niet tot God brengen. De weg die wel naar God leidt, is de weg van de Soefi – de mystieke Islamitische traditie. Door praktische ervaring kun je dus bij God komen.

‘De sleutel tot kennis van God is zelfkennis’

Je kunt God dus alleen vinden via jezelf.

Het lijkt erg op het Bijbelse gezegde:

‘God schiep de mens naar zijn gelijken’

Dit pad was bij ieder mens nodig, aangezien mensen imperfect worden geboren. Door bij God te komen, kun je de schadelijke eigenschappen en innerlijke tegenstrijdigheden wegnemen.

Al-Ghazali was ook voorstander van het occasionalisme. Dit is het idee van de dualistische visie op de wisselwerking tussen lichaam en geest, maar ook een verklaring dat God alles beslist en dat causaliteit dus niet bestaat. God is overal verantwoordelijk voor en veroorzaakt alles op elk moment.

Ook was Al-Ghazali van mening dat je materiele dingen om je heen moest kunnen loslaten om bij God te kunnen komen.

 ‘Als je iets in de wereld gaat vinden en eraan gehecht raakt, denk dan aan de dood’

Dit is een citaat dat er op wijst dat het verstandig is om het belang van al je materiële zaken te plaatsen in het breder perspectief van het leven. Daarmee kun je niet alleen maar het belang van materiële zaken in proportie brengen en loslaten maar ook meer stervend leven in plaats van levend sterven.

Averroes

Averroes leefde van 1126 tot 1198 na Christus. Hij werd geboren in de plaats Cordoba in Spanje ten tijde van de Moorse invloed. Hij stelde voor - net als Al-Farabi - dat wanneer er strijd plaatsvond tussen de Koran en de filosofie, de filosofie voorrang kreeg. De reden dat we volgens hem de Koran dan toch nodig hadden, is omdat filosofie voor de meeste mensen te moeilijk is.

Een citaat van Averroes: 

‘De waarheid kan niet in tegenspraak zijn met de waarheid’

Wat bedoelde Averroes met dit citaat?

Volgens hem betekent dit citaat dat wanneer mensen over een bepaald idee eens zijn dat de waarheid van dit idee onder de mensen gelijk is: een kikker is volgens iedereen groen.

Ideeën zijn dus voor iedereen gelijk en dat hebben we goed met elkaar als gemeenschap afgesproken. Ideeën zijn en bestaan eeuwig en worden toegevoegd aan ons universele intellect.

Greetz,

GuidoFox - Evolve your Life!

Spiritual Teacher, Life Coach and Political Influencer 

www.GuidoFox.nl